Bouwen in beelden Week 4

Wonen moet weer een werkwoord worden

Wij zijn geïnterviewd door een tv programma. We kregen de vraag wat nou de achterliggende gedachte is van de keuze voor een zelfvoorzienend huisje. Zonder dat ik het door had, kwam bij mij een uitspraak naar buiten: “Wonen is een werkwoord” of “wonen moet weer een werkwoord worden”. Een intuïtieve uitspraak waar ik graag meer over wil vertellen.

We zijn gewend geraakt aan het idee dat wonen vanzelfsprekend is. We komen thuis, gaan uitgebreid naar het toilet, zetten de tv aan en kijken na een zware dag op de site van thuisbezorgd. We staan niet zo stil bij alles dat het huis in komt en uit gaat. Het “grid” zorgt ervoor dat we op een behoorlijk passieve manier wonen. We worden volledig ontzorgd en in ruil daarvoor betalen we onze belastingen en aansluitingen.

Als je de verhalen leest over de keuze voor tiny houses, dan gaat het vaak over de vrijheid die het met zich mee brengt. Maar het gaat vrijwel nooit over de verantwoordelijkheid die daar eigenlijk bij hoort. Wij zoeken de ultieme vrijheid in de keuze voor een off-grid systeem. Nergens meer op aangesloten zijn zorgt voor minder vaste lasten. Dit betekent wel dat wij ook de verantwoordelijkheid hebben om voor onszelf te zorgen. De vaste lasten worden worden eigen verantwoordelijkheid. We moeten onze eigen stroom opwekken, zelf water opvangen, de ruimte warm zien te krijgen en onze eigen shit opruimen. Letterlijk. Dit doen wij door zonnepanelen, watertanks met zuiveringssystemen, houtkachel met warmtewisselaar naar de boiler en een compost toilet.

Daar waar onze poep voorheen met water naar een zuiveringsinstallatie ging, moeten wij er nu zelf iets mee doen. En gelukkig kun je er ook iets mee. Ons compost toilet is een droogtoilet waarbij de urine wordt gescheiden van de ontlasting. De urine kan verdund met water door een helofyten filter in de natuur ondergebracht worden. De ontlasting van mensen kan gebruikt worden in de tuin. Maar niet meteen. Onze poep zit vol schadelijke bacteriën waar we ziek van kunnen worden. Maar als je dit laat composteren dan verdwijnen alle ziektemakers en verandert het in een vruchtbare stof waar planten heel blij van worden. Dit proces gaat sneller als je vegetarisch eet, dus kun je het na een half jaar al gebruiken. In het geval van de vleeseter duurt dit minimaal 1 jaar. Feitelijk gezien zijn onze persoonlijke afvalstoffen weer een basis om groente te verbouwen. En dan is de cirkel weer rond. Het klinkt als een vies idee, maar zo werkt de natuur. En als wij deze grondstoffen blijven wegspoelen met drinkwater, dan zijn we niet heel efficiënt bezig. Als de hele wereldbevolking hiervan afhankelijk moet zijn, dan gaan er problemen ontstaan. Het “grid” gaat dat niet meer aankunnen.

Wonen is een werkwoord. Het werk vertaalt zich naar de activiteiten die nodig zijn om in je wooncomfort te voorzien. We zullen dus moeten blijven experimenteren met installaties, systemen en combinaties ervan. Het is nu onze eigen taak geworden om het onszelf makkelijker te maken. In het begin zullen wij hier zeker veel tijd aan kwijt raken, maar zodra alles in balans is dan betaald het zich weer terug. Voor veel mensen klinkt dat als een heel gedoe en “jezelf behelpen”. Maar wij zien het als een investering in onze vrijheid.

Als de stroom een keer uit valt, dan zullen we dat probleem bij onszelf moeten zoeken. We kunnen niet meer wijzen naar een energiemaatschappij. Als het niet genoeg regent, kunnen we geen klantenservice bellen. Als het hout op is dan moeten we een wollen trui aan doen. Wij verwachten dat het een kwestie is van ervaring opdoen en leren hoe het is om off-grid te leven. Het is misschien net als fietsen. In balans blijven en bewegen, anders val je om.

 

Bouwen in beelden Week 3

Spulletjes en Prulletjes

Terwijl Jan-Willem hard aan het klussen is geslagen in het Innovation Dock, presteer ik het de eerste dag van de vakantie ziek thuis te zitten. Dat geeft mij mooi de gelegenheid na te denken over de verhuizing. En dan heb ik ook tijd om een blog te schrijven.

Het is een wonder hoe snel je huis zich vult met spullen. 2 jaar geleden kwam ik terug naar Nederland met vrijwel niks en binnen 2 jaar heb ik 2 complete huisraden bij elkaar getoverd. En wanneer je verhuisd van 90m2 in een schoolgebouw, naar een houten hutje van 20m2, is dat eigenlijk een omgekeerd sprookje. Maar het is vooral heel erg leuk en bevrijdend. Er staan 3 dozen voor me: De eerste bevat spul wat ik weg wil geven. De tweede wat ik wil bewaren en de derde is de leendoos. Hierin stop ik alles wat ik ooit heb geleend en terug moet geven. Het valt me op dat ik voor de eerste categorie al gauw meerdere dozen nodig heb. Terwijl ik recentelijk al 3 dozen naar de kringloop heb gebracht. Hecht ik dan zo weinig waarde aan materie? Kleding, cd’s, prulletjes, ja zelfs een aantal kamerplanten krijgen een nieuw huis.

Als kind had ik al van dit soort sessies. Hierdoor vind ik mezelf getraind en weet ik per item exact welke doos geschikt is. Ik vond het altijd een leuk spelletje. Toen ik ouder werd, was het noodzaak. Mijn eerste keer op kamers was een behoorlijke downgrade van de ruimte. En daarna is het alleen maar kleiner geworden. Kennelijk vond ik dat nog niet genoeg en heb ik tijdens reizen uit mijn rugzak geleefd. Ik merkte dat spullen me onrustig maken, zorgen om onderhoud, een last en vooral een blok aan m’n been. Het voelt dus als een verlichting om ze weg te doen.

Nu, met een Tiny House, probeer ik een balans op te maken tussen spullen die ik echt nodig heb en spullen die (emotionele) waarde hebben. Als ik het kan combineren, verdwijnen ze sowieso in de tweede doos (bewaren). Zoals bijvoorbeeld de koffiemolen van mijn oma. Ik hecht misschien geen waarde aan materie, maar wel aan herinneringen. Nog een voorbeeld: de Rotan stoel, geweest van een zus van mijn oma en later van mijn overgroot oma. Leg er een wollig dekentje overheen en hij is lekker retro en bruikbaar. Tot grote irritatie van Jan-Willem… Dat vergeet ik namelijk nog wel eens.

rotan stoel

Die 20m2 moeten we gaan delen. En in JW’s droom Tiny House staat geen Rotan stoel. Zo debatteren we nog wel eens over wat wel en niet (mee) kan. Concessies worden gesloten en veto’s niet geschuwd. We kwamen op het idee om beide 10 kratjes te vullen met wat we echt mee willen hebben. En dan komen we bij mijn grootste obstakel: Boeken! Ik hou van boeken, heb ze allemaal gelezen en zal dat nog vele malen doen. Maar ja, 10 kratjes, keuzes maken. En zo zie ik mij zelf alweer zitten, elk boek doorbladerend als afscheid, maar ook op zoek naar verloren boekenleggers, geld of briefjes.

boeken uitzoeken

Maar… ik heb het gehaald! Alles is uitgezocht en alles heeft een bestemming gekregen. Nu Willem zijn spullen nog en oh… die Rotan stoel gaat gewoon mee!

Groetjes van Noortje!

Bouwen in beelden Week 1 en 2

Ontwerpkeuzes voor ons Tiny House

Het ontwerpen van een Tiny House is geen eenvoudige opgave. Zeker niet als deze ook nog eens gebouwd moet worden op wielen. We hebben dan ook met veel dingen rekening moeten houden zoals: gewicht, materialen, afmetingen, persoonlijke wensen, bouwbaarheid, enz. De ontwerpkeuzes zijn een zoektocht geweest naar de juiste combinatie van uitgangspunten.

In onze eerste schetsen waren we vooral bezig met een idee van het koppelen van meerdere huisjes. Het is een gedachte die veel mensen in eerste instantie krijgen als ze gaan nadenken over de mogelijkheden. Het is ook niet zo gek. We worden in het dagelijks leven behoorlijk beïnvloed door het idee dat meer ruimte maken altijd beter is. Maar als je er dan mee aan de slag gaat voor het ontwerp van een Tiny House dan worden veel dingen duidelijk. Een half jaar geleden wilden wij nog mee doen aan de bouwexpo van Almere. We hadden het concept voor “Tiny LAT Houses”. In principe koppelbare huisjes zodat je samen met een ander, letterlijk apart, kan samenleven. En mocht je hem of haar zat zijn, dan koppel je weer los van elkaar. Een leuke gedachte, maar wat is nu werkelijk de kwaliteit die het koppelen kan opleveren? De twee ruimtes die je tegen elkaar zet, moeten in de gekoppelde situatie wel een “nieuwe” functie of meerwaarde creëren. En “ruimte” op zich, is niet echt functioneel. Als je een keer de ruimte voor jezelf zou willen, dan zit je alsnog vast aan de ander. De conclusie over het koppelen van huisjes: beter niet.

Toen kwamen we bij de volgende gedachte die ons ook flink heeft doen nadenken. We wilden graag een uitklapbaar dak… Het leek ons handig om daarmee extra hoogte en ruimte te winnen. In gesloten situatie zou je voldoen aan de maximum hoogte voor transport. Je komt er dan alleen achter dat je een hele hoop problemen op de hals haalt. Het waterdicht krijgen van het hele verhaal en de aansluiting met isolatie. Uiteindelijk was je zoveel ingrepen verder, dat je met een zeer complex ontwerp en teveel extra gewicht over bleef. Hetzelfde was ook toepasbaar op uitschuifbare blokken. De ruimte die daardoor binnen ontstaat is feitelijk functieloos. En de technische problemen die het veroorzaakt zijn eindeloos. Het blijft natuurlijk nog steeds tot de verbeelding spreken; een transformer huisje dat ruimte maakt door zich uit te vouwen. Maar in de realiteit kun je toch beter voor een eenvoudige vorm kiezen. Het zorgt niet alleen voor een bouwbaar huisje, maar ook voor een constructief stevigere basis. Uiteindelijk is een Tiny House niet bedoeld voor het winnen van ruimte, maar om het efficiënt te gebruiken. Hoe kleiner je huis, hoe groter je leefomgeving!

Dan kies je eindelijk voor eenvoud en heb je weer eens een leuk ontwerp op tafel gelegd. Je gaat proberen om je voor te stellen hoe het is om erin te wonen. Slapen in een loft; hoog en waarschijnlijk warm. Dan zet je een raampje open, maar moet je wel iedere keer moeilijk doen om je dekbed te verschonen. En een kledingkast boven? Willen we dat dan eigenlijk wel? We zochten de oplossing in het ontwerpen van een doorschuifkast. Het leek ons heel gaaf om de kast naar beneden te trekken wanneer het nodig was. En het leek voor lange tijd ook een “defining feature” te worden van ons huisje. Maar toen zagen we een split-level huisje voorbij komen. Beneden slapen en boven een zit plek. Na een snelle ontwerpoefening zagen we de voordelen al voor ons. Een lagere trap (de treden dienen als kledingplanken), een leeshoek en bureau boven, makkelijk naar bed gaan (of er ‘s nachts uit voor de wc) en een kastenwand die van beneden te bereiken is. Dit zijn ontwerpkeuzes die helemaal passen binnen de gedachte van de eenvoud. Zowel boven als onder hoef je toch niet te staan.

We hadden in onze eerste schetsen de keuken ook altijd tegenover de openslaande deuren staan. Langs de wand in het verlengde van het huisje. Een mooi keukenblad met een wasbak, keukenkastjes, mooi raam met veel licht. Maar wat nam het toch eigenlijk veel ruimte in beslag. Kunnen we daar niet iets mee? Bij wijze van experiment hebben we de keuken overdwars gezet voor de badkamer. Feitelijk ontstonden er zo twee delen, met een kooktoestel en een spoelbak. Het aanrechtblad zat alleen nog in de weg als je naar de badkamer wilde komen. De oplossing was simpel, het blad doorzagen en opklappen. Je gebruikt het blad alleen als je gaat koken en opgeklapt ga je zo ook geen onnodige spullen op het aanrecht verzamelen. Het keukenkastje boven de spoelbak is ook gelijk een druiprek. In Italië passen ze dit heel vaak toe. Scheelt veel ruimte en tijd. Je hoeft niet meer af te drogen of naderhand op te bergen. Een kleine praktische keuken, meer heb je niet nodig. Tenzij koken je grootste hobby is natuurlijk!

Voor de badkamer waren we er al heel snel uit wat het moest worden. Een klein badje, dat meteen dienst doet als douchebak. Lekker om in te zitten of om de lakens in te wassen. En dan een klein raam om te genieten van de omgeving en de omgeving van jou. Oh nee, toch maar iets van een gordijn ervoor. Naast het bad een eenvoudige wasbak met een klein kastje. In het midden van de ruimte zodat je er lekker kunt staan. Daarnaast een inbouw compost toilet. In eerste instantie kiezen we hiervoor, omdat we willen weten hoe het is in gebruik en of we veel last krijgen van eventuele luchtjes. Als het niet bevalt kunnen we altijd nog kiezen voor een super deluxe composttoilet. Het leek ons wel handig om een extra deur te maken naar buiten. Niet alleen voor het wegbrengen van de compostemmer, maar ook als vluchtweg.

Zo zijn er nog een hele hoop meer ontwerpkeuzes die wij hebben gemaakt. Hierover zullen we zeker nog meer vertellen. 1 ding is duidelijk, het kiezen voor een Tiny House komt in alle vervolgkeuzes terug. Je kiest voor eenvoud en efficiëntie. Een denkwijze waar we steeds meer van doordrongen beginnen te raken.