Wonen moet weer een werkwoord worden

Wij zijn geïnterviewd door een tv programma. We kregen de vraag wat nou de achterliggende gedachte is van de keuze voor een zelfvoorzienend huisje. Zonder dat ik het door had, kwam bij mij een uitspraak naar buiten: “Wonen is een werkwoord” of “wonen moet weer een werkwoord worden”. Een intuïtieve uitspraak waar ik graag meer over wil vertellen.

We zijn gewend geraakt aan het idee dat wonen vanzelfsprekend is. We komen thuis, gaan uitgebreid naar het toilet, zetten de tv aan en kijken na een zware dag op de site van thuisbezorgd. We staan niet zo stil bij alles dat het huis in komt en uit gaat. Het “grid” zorgt ervoor dat we op een behoorlijk passieve manier wonen. We worden volledig ontzorgd en in ruil daarvoor betalen we onze belastingen en aansluitingen.

Als je de verhalen leest over de keuze voor tiny houses, dan gaat het vaak over de vrijheid die het met zich mee brengt. Maar het gaat vrijwel nooit over de verantwoordelijkheid die daar eigenlijk bij hoort. Wij zoeken de ultieme vrijheid in de keuze voor een off-grid systeem. Nergens meer op aangesloten zijn zorgt voor minder vaste lasten. Dit betekent wel dat wij ook de verantwoordelijkheid hebben om voor onszelf te zorgen. De vaste lasten worden worden eigen verantwoordelijkheid. We moeten onze eigen stroom opwekken, zelf water opvangen, de ruimte warm zien te krijgen en onze eigen shit opruimen. Letterlijk. Dit doen wij door zonnepanelen, watertanks met zuiveringssystemen, houtkachel met warmtewisselaar naar de boiler en een compost toilet.

Daar waar onze poep voorheen met water naar een zuiveringsinstallatie ging, moeten wij er nu zelf iets mee doen. En gelukkig kun je er ook iets mee. Ons compost toilet is een droogtoilet waarbij de urine wordt gescheiden van de ontlasting. De urine kan verdund met water door een helofyten filter in de natuur ondergebracht worden. De ontlasting van mensen kan gebruikt worden in de tuin. Maar niet meteen. Onze poep zit vol schadelijke bacteriën waar we ziek van kunnen worden. Maar als je dit laat composteren dan verdwijnen alle ziektemakers en verandert het in een vruchtbare stof waar planten heel blij van worden. Dit proces gaat sneller als je vegetarisch eet, dus kun je het na een half jaar al gebruiken. In het geval van de vleeseter duurt dit minimaal 1 jaar. Feitelijk gezien zijn onze persoonlijke afvalstoffen weer een basis om groente te verbouwen. En dan is de cirkel weer rond. Het klinkt als een vies idee, maar zo werkt de natuur. En als wij deze grondstoffen blijven wegspoelen met drinkwater, dan zijn we niet heel efficiënt bezig. Als de hele wereldbevolking hiervan afhankelijk moet zijn, dan gaan er problemen ontstaan. Het “grid” gaat dat niet meer aankunnen.

Wonen is een werkwoord. Het werk vertaalt zich naar de activiteiten die nodig zijn om in je wooncomfort te voorzien. We zullen dus moeten blijven experimenteren met installaties, systemen en combinaties ervan. Het is nu onze eigen taak geworden om het onszelf makkelijker te maken. In het begin zullen wij hier zeker veel tijd aan kwijt raken, maar zodra alles in balans is dan betaald het zich weer terug. Voor veel mensen klinkt dat als een heel gedoe en “jezelf behelpen”. Maar wij zien het als een investering in onze vrijheid.

Als de stroom een keer uit valt, dan zullen we dat probleem bij onszelf moeten zoeken. We kunnen niet meer wijzen naar een energiemaatschappij. Als het niet genoeg regent, kunnen we geen klantenservice bellen. Als het hout op is dan moeten we een wollen trui aan doen. Wij verwachten dat het een kwestie is van ervaring opdoen en leren hoe het is om off-grid te leven. Het is misschien net als fietsen. In balans blijven en bewegen, anders val je om.

 

Spulletjes en Prulletjes

Terwijl Jan-Willem hard aan het klussen is geslagen in het Innovation Dock, presteer ik het de eerste dag van de vakantie ziek thuis te zitten. Dat geeft mij mooi de gelegenheid na te denken over de verhuizing. En dan heb ik ook tijd om een blog te schrijven.

Het is een wonder hoe snel je huis zich vult met spullen. 2 jaar geleden kwam ik terug naar Nederland met vrijwel niks en binnen 2 jaar heb ik 2 complete huisraden bij elkaar getoverd. En wanneer je verhuisd van 90m2 in een schoolgebouw, naar een houten hutje van 20m2, is dat eigenlijk een omgekeerd sprookje. Maar het is vooral heel erg leuk en bevrijdend. Er staan 3 dozen voor me: De eerste bevat spul wat ik weg wil geven. De tweede wat ik wil bewaren en de derde is de leendoos. Hierin stop ik alles wat ik ooit heb geleend en terug moet geven. Het valt me op dat ik voor de eerste categorie al gauw meerdere dozen nodig heb. Terwijl ik recentelijk al 3 dozen naar de kringloop heb gebracht. Hecht ik dan zo weinig waarde aan materie? Kleding, cd’s, prulletjes, ja zelfs een aantal kamerplanten krijgen een nieuw huis.

Als kind had ik al van dit soort sessies. Hierdoor vind ik mezelf getraind en weet ik per item exact welke doos geschikt is. Ik vond het altijd een leuk spelletje. Toen ik ouder werd, was het noodzaak. Mijn eerste keer op kamers was een behoorlijke downgrade van de ruimte. En daarna is het alleen maar kleiner geworden. Kennelijk vond ik dat nog niet genoeg en heb ik tijdens reizen uit mijn rugzak geleefd. Ik merkte dat spullen me onrustig maken, zorgen om onderhoud, een last en vooral een blok aan m’n been. Het voelt dus als een verlichting om ze weg te doen.

Nu, met een Tiny House, probeer ik een balans op te maken tussen spullen die ik echt nodig heb en spullen die (emotionele) waarde hebben. Als ik het kan combineren, verdwijnen ze sowieso in de tweede doos (bewaren). Zoals bijvoorbeeld de koffiemolen van mijn oma. Ik hecht misschien geen waarde aan materie, maar wel aan herinneringen. Nog een voorbeeld: de Rotan stoel, geweest van een zus van mijn oma en later van mijn overgroot oma. Leg er een wollig dekentje overheen en hij is lekker retro en bruikbaar. Tot grote irritatie van Jan-Willem… Dat vergeet ik namelijk nog wel eens.

rotan stoel

Die 20m2 moeten we gaan delen. En in JW’s droom Tiny House staat geen Rotan stoel. Zo debatteren we nog wel eens over wat wel en niet (mee) kan. Concessies worden gesloten en veto’s niet geschuwd. We kwamen op het idee om beide 10 kratjes te vullen met wat we echt mee willen hebben. En dan komen we bij mijn grootste obstakel: Boeken! Ik hou van boeken, heb ze allemaal gelezen en zal dat nog vele malen doen. Maar ja, 10 kratjes, keuzes maken. En zo zie ik mij zelf alweer zitten, elk boek doorbladerend als afscheid, maar ook op zoek naar verloren boekenleggers, geld of briefjes.

boeken uitzoeken

Maar… ik heb het gehaald! Alles is uitgezocht en alles heeft een bestemming gekregen. Nu Willem zijn spullen nog en oh… die Rotan stoel gaat gewoon mee!

Groetjes van Noortje!